Sportlessen en mijn ontwikkeling

Waarom sport ook bij mijn ontwikkeling hoort

De sportlessen waren voor mij niet alleen lessen waarin je fysiek bezig bent. Ze lieten ook zien hoe ik omga met nieuwe situaties, samenwerking, motivatie en communicatie. In een gewone les kun je soms stil blijven, maar bij sport moet je vaak direct meedoen, reageren en communiceren met anderen. Daardoor zag ik op een andere manier welke CE-skills ik al goed gebruikte en welke ik nog kon verbeteren.

In het begin vond ik sommige sportlessen wat ongemakkelijk, vooral wanneer ik niemand goed kende of in een nieuwe groep terechtkwam. Toch merkte ik door het jaar heen dat sport juist hielp om makkelijker contact te maken met klasgenoten.

Mijn favoriete les: rolstoelbasketbal

Mijn favoriete sportles was rolstoelbasketbal. Deze les bleef mij het meest bij, omdat er een professional langskwam die vertelde hoe hij in een rolstoel terecht was gekomen en hoe rolstoelbasketbal werkt. Daardoor keek ik anders naar de sport. Het was niet zomaar een spel, maar ook een les over doorzettingsvermogen, aanpassen en respect.

Tijdens het spelen merkte ik dat ik de rolstoel beter onder controle had dan ik vooraf dacht. In het begin wist ik niet goed wat ik kon verwachten, maar na een tijdje werd ik steeds actiever. Omdat we in teams speelden, moest ik ook meer communiceren dan normaal. We moesten overleggen wie vrij stond, wie de bal kreeg en waar we heen gingen.

Wat ik hiervan heb geleerd:

  • Ik moet nieuwe dingen niet te snel beoordelen.
  • Ik kan mij sneller aanpassen dan ik soms denk.
  • Communicatie is belangrijk om als team goed te spelen.
  • Een inspirerend verhaal kan veel motivatie geven.

Deze les hielp mij vooral bij de skills communicatie en zelfsturing. Ik moest duidelijker praten met mijn team en mezelf motiveren om actief mee te blijven doen.

Een ander hoogtepunt: bowlen

Bowlen vond ik ook een van de leukste sportlessen. De sfeer was gezellig en ik kon makkelijker praten met klasgenoten. Samen met Tiemen maakte ik er een kleine wedstrijd van om te kijken wie meer punten kon halen. Uiteindelijk won ik met drie strikes, terwijl ik eigenlijk dacht dat hij zou winnen.

Deze les was misschien minder intensief dan andere sportlessen, maar juist goed voor mijn communicatie. We praatten veel, moedigden elkaar aan en maakten grapjes. Daardoor voelde de les minder ongemakkelijk en meer als een sociaal moment met de klas.

Waarom bowlen goed bij mijn ontwikkeling paste:

  • Ik communiceerde meer met klasgenoten.
  • De sfeer was positief en ontspannen.
  • Door de kleine competitie bleef ik gemotiveerd.
  • Ik merkte dat sport kan helpen om socialer te worden.
Andere sportlessen die mij hielpen

Naast rolstoelbasketbal en bowlen waren er nog andere lessen waarin ik iets over mezelf leerde.

Bij squash merkte ik dat ik in het begin gespannen was, omdat ik nog niet iedereen kende. Toch deed ik mee en probeerde ik tijdens de les namen van klasgenoten beter te onthouden. Dat hielp mij om meer contact te maken.

Bij klimmen moest ik mezelf motiveren om mijn angst te overwinnen. De eerste keer kwam ik ongeveer tot de helft, maar daarna haalde ik de top. Dat gaf mij vertrouwen en liet zien dat ik soms meer kan dan ik vooraf denk.

Bij snowboarden viel ik vaak, maar bleef ik doorgaan. Uiteindelijk viel ik verkeerd en kreeg ik een lichte breuk in mijn elleboog. Dat was natuurlijk jammer, maar ik neem daar wel uit mee dat ik doorzette, ook wanneer iets moeilijk was.

Bij snooker en poolen kwam ik in een groep terecht waar ik niemand kende. In het begin wachtte ik af, maar uiteindelijk deed ik actief mee. Achteraf leerde ik dat ik in zo’n situatie sneller zelf initiatief mag nemen.

Welke skill ontwikkelde ik het meest?

De skill die ik het meest heb ontwikkeld tijdens sport is communicatie. Omdat ik van mezelf rustig ben, praat ik niet altijd snel in nieuwe groepen. Bij sportlessen werd ik vaker gedwongen om toch te communiceren. Bijvoorbeeld bij teamsporten, dubbelspel, bowlen en rolstoelbasketbal moest ik overleggen, reageren en samenwerken.

Ook zelfsturing kwam vaak terug. Soms had ik weinig motivatie, vond ik iets spannend of was de situatie ongemakkelijk. Toch probeerde ik meestal actief mee te doen. Bij klimmen, snowboarden en tennis zag ik dat ik mezelf kon uitdagen, ook als ik vooraf twijfelde.

Mijn belangrijkste groei zat dus in:

  • meer praten met klasgenoten;
  • actiever meedoen;
  • mezelf motiveren bij nieuwe sporten;
  • beter omgaan met ongemakkelijke situaties;
  • minder snel denken dat iets niks voor mij is.
Wat ik meeneem naar volgend jaar

Voor volgend jaar wil ik sportlessen serieuzer gebruiken als kans om mijn professionele skills te verbeteren. Ik wil minder afwachten en sneller zelf initiatief nemen. Als ik in een groep kom waar ik niemand ken, wil ik eerder vragen of ik mee kan doen in plaats van wachten tot iemand mij erbij zet.

Ook wil ik positiever beginnen aan lessen die mij minder leuk lijken. Soms denk ik vooraf al dat iets niet mijn sport is, terwijl ik later merk dat het toch leuk of leerzaam kan zijn. Daarom wil ik volgend jaar opener starten en mezelf meer uitdagen.

Mijn doelen voor sport volgend jaar:

  • sneller contact maken met klasgenoten;
  • actiever communiceren tijdens teamsporten;
  • positiever beginnen aan onbekende sporten;
  • niet te snel kiezen voor de veilige optie;
  • sportlessen gebruiken om zelfsturing en communicatie verder te verbeteren.
Korte conclusie

De sportlessen hebben mij geholpen om mezelf op een andere manier te ontwikkelen. Vooral rolstoelbasketbal en bowlen waren belangrijk voor mij. Rolstoelbasketbal liet mij zien hoe sterk motivatie en aanpassingsvermogen kunnen zijn. Bowlen liet mij zien dat sport ook kan helpen om makkelijker contact te maken met klasgenoten.

Voor mij waren de sportlessen dus niet alleen lichamelijke activiteiten, maar ook momenten waarin ik werkte aan communicatie, zelfsturing en meer zelfvertrouwen.